De druiven worden eind september met de hand geoogst. Na de late oogst worden ze zorgvuldig gedroogd op rekken, waardoor de aroma’s zich nog verder concentreren. Vervolgens vindt een zachte persing plaats.
De wijn rijpt gedurende één jaar in roestvrijstalen tanks bij gecontroleerde temperatuur, zodat frisheid én complexiteit behouden blijven.
In het glas schittert een diepe, goudgele kleur met een amberkleurige gloed. De neus opent met rijpe aroma’s van abrikoos en vijg, gevolgd door tonen van honing, een vleugje amandel en bloemige hints van jasmijn.
Serveertemperatuur: 10–14°C