Deze wijn is gemaakt van Ribolla Gialla. Na de oogst worden de druiven gevinifieerd in Georgische qvevri (amforen) die ondergronds liggen begraven. Tijdens de gisting krijgt de wijn een lange schilweking, met inheemse (wilde) gisten, zonder temperatuurcontrole. Ook de steeltjes worden in deze jaargang meevergist, wat extra structuur en spanning geeft.
Na het overhevelen en persen wordt de wijn opnieuw in amfoor gebracht en blijft daar minstens vijf maanden verder rijpen. Vervolgens verhuist hij naar grote eikenhouten vaten, waar hij zes jaar de tijd krijgt om te verfijnen en te integreren. De wijn wordt gebotteld zonder klaring en zonder filtratie, waardoor textuur, diepte en karakter volledig behouden blijven.
2016 kende een prachtige, zonnige zomer, wat zorgde voor een optimale rijping van zowel druiven als steeltjes. De regen in het najaar bevorderde vervolgens de ontwikkeling van botrytis. De oogst eindigde op woensdag 28 oktober.
Serveertemperatuur: 16–18°C