Deze wijn is gemaakt van Ribolla Gialla, afkomstig uit Oslavia in de Collio. Na de oogst worden de druiven gevinifieerd in Georgische qvevri (amforen) die ondergronds liggen begraven. Tijdens de gisting krijgt de wijn een lange schilweking, met inheemse (wilde) gisten, zonder temperatuurcontrole en met een uitgesproken focus op geduld en natuurlijke evolutie.
Na het overhevelen en persen wordt de wijn opnieuw in amfoor gebracht en blijft daar minstens vijf maanden verder rijpen. Vervolgens verhuist hij naar grote eikenhouten vaten, waar hij maar liefst zes jaar de tijd krijgt om te verfijnen en te integreren. De wijn wordt uiteindelijk gebotteld zonder klaring en zonder filtratie, waardoor karakter, structuur en textuur volledig behouden blijven.
Jaargang 2013 werd gekenmerkt door veel regen en een oogst die doorliep tot begin november.
Serveertemperatuur: 12–18°C