Op de steile heuvels van Oslavia, een klein gehucht boven Gorizia in Friuli, maakt de familie Gravner al wijn sinds 1901. De wijngaarden liggen in het hart van de Collio/Brda-heuvels, precies op de Italiaans-Sloveense grens, tussen de Adriatische Zee en de Julische Alpen. Het is een landschap van bossen, terrassen, steile hellingen en een helder, bijna dramatisch licht.
Vandaag de dag geldt Gravner wereldwijd als een van de absolute referenties voor skin-contact wijn en voor diepgaande, langlevende wijnen die jarenlang rijpen in ondergrondse amforen.
Joško Gravner groeide op in een boerenfamilie en nam de kelder over in de jaren ’70 en ’80. In zijn beginjaren werkte hij zoals de moderne tijd dat voorschreef: met roestvrijstalen tanks, gekweekte gisten, Franse barriques en chemische middelen in de wijngaard — precies het tegenovergestelde van de manier waarop zijn vader wijn maakte.
In 1996 veranderde alles. Twee vernietigende hagelbuien sloegen ongeveer 95% van de oogst weg. Met het kleine beetje Ribolla Gialla dat overbleef, besloot Gravner te experimenteren met lange schilweking. De resultaten waren zo overtuigend dat hij vanaf de oogst 1997 definitief koos voor extended maceration en grote, neutrale houten foeders. Zijn troebele, amberkleurige wijnen choqueerden destijds veel Italiaanse wijnmakers, maar voor Gravner voelde dit als een terugkeer naar echte authenticiteit.
Een reis naar Georgië in 2000 bevestigde die richting. Daar proefde hij traditionele wijnen die vergisten en rijpen in ondergrondse kleivaten, qvevri genoemd. Vanaf de vroege jaren 2000 begon hij zelf grote Georgische amforen te importeren en transformeerde hij zijn kelder volledig om vrijwel uitsluitend met deze vaten te werken.

De filosofie van Gravner is radicaal in zijn eenvoud:
Doe zo weinig mogelijk — maar doe het met absolute zorg.
De wijngaarden worden volgens biologische en biodynamische principes beheerd, zonder obsessie voor certificeringen. Joško zegt vaak dat hij zo werkt “voor de wijngaarden, niet voor het etiket”.
Het werk in de wijngaard volgt de maankalender zoals beschreven door Maria Thun. Kunstmest, herbiciden en synthetische middelen zijn al decennia geleden verdwenen; in plaats daarvan gebruikt Gravner compost, cover crops en minimale behandelingen. Het doel is een veerkrachtig ecosysteem, waarin wijnstokken, insecten, wilde planten en dieren in balans leven.
In de kelder geldt hetzelfde principe:
• geen temperatuurcontrole
• geen geselecteerde gisten
• geen enzymen
• geen klaring of filtering
De wijnen vergisten spontaan, blijven maanden op de schillen in amfoor, en rijpen daarna jarenlang in grote neutrale eiken vaten. Zelfs het moment van bottelen, vaak tijdens een specifieke maanfase, volgt de natuurlijke ritmes.
Hoewel Gravner een reputatie heeft als purist, blijft hij experimenteren. Zo testte hij de afgelopen jaren ook glazen tanks als extra rijpingsvat — volledig neutraal en gemakkelijk schoon te houden — naast qvevri en groot hout.

Het domein beslaat 32 hectare, waarvan ongeveer 15 hectare beplant is met wijnstokken. De rest bestaat bewust uit bossen, weiden en waterpartijen. Dit versterkt de biodiversiteit en houdt het waterbeheer in balans. De wijngaarden liggen verspreid over de heuvels van Collio/Brda, deels zelfs over de grens met Slovenië. Steile terrassen, olijfbomen, fruitbomen en kleine vijvers maken deel uit van hetzelfde levendige landschap.
Het terroir wordt gekenmerkt door een unieke bodem: ponca.
Ponca is een gelaagde Eocene-mengeling van marmerige klei (marl) en zandsteen — het gefossiliseerde overblijfsel van een oeroude zeebodem. De structuur is arm, broos en sterk gestratificeerd.
Marl houdt water vast en voedt de wortels langzaam
Zandsteen geeft uitstekende drainage en beperkt de groeikracht van de plant
De wijnstokken worden hierdoor gedwongen diep te wortelen, wat zorgt voor intensiteit, spanning en het herkenbare ziltige, minerale karakter.
Door de ligging tussen zee en bergen heeft Oslavia bovendien sterke temperatuurverschillen tussen dag en nacht, koele berglucht en zachte maritieme invloeden — allemaal elementen die frisheid en aromatische diepte garanderen.
In de afgelopen jaren heeft Gravner bijna alle internationale druivenrassen verwijderd. De focus ligt nu op inheemse variëteiten, vooral Ribolla Gialla en Pignolo, rassen waarvan hij vindt dat ze het terroir het puurste weerspiegelen.

Bij Gravner begint elke vinificatie in ondergrondse Georgische amforen van vaak 1.500 tot 2.500 liter. De druiven fermenteren weken- tot maandenlang op de schillen, met spontane gisten en zonder enige temperatuurcontrole. Bij witte druiven zoals Ribolla Gialla levert dit de kenmerkende amberkleur, tanninestructuur en diepe aromatische lagen op.
Na de eerste rijping keren de wijnen vaak terug naar amfoor om te bezinken en gaan vervolgens naar grote Slavonische eiken foeders, waar ze jaren — soms meer dan zes — rijpen. Daarna volgt nog flesrust totdat Gravner vindt dat de wijn klaar is voor de wereld.
De stijl is intens maar verfijnd: aroma’s van gedroogd fruit, citruszeste, thee, kruiden, aarde en rook, gedragen door een schitterende zuurgraad en een uitgesproken minerale, bijna zilte spanning. De wijnen zijn gebouwd voor de tafel en voor de lange termijn — vaak openen ze pas volledig na uren in een karaf of vele jaren in de kelder.
